Ik ben zo tomeloos jaloers op de schrijvers
die zich zonder te bedenken storten op het maagdelijk papier
Fanaten en piraten van het menselijk denkvermogen
met karakterschetsen in een gloedvol betoog
En als bezeten, kalm, onthutsend zeker met een hand
die lijkt geleid vanuit de hemel of de hel
Een boek te schrijven in een nacht, in alle pracht, en weer doorkrast,
opnieuw gepend met zijden kracht
De elastieken grenzen van het menselijk denkvermogen
dienen steeds opnieuw verkend en opgerekt te worden
Zodat de geest zich kan bevrijden van het onrechtmatig lijden
dat ons bindt aan oude wetten van weleer
En dan de boeken die geschreven zijn,
verketterd en verbrand en weer gebruikt voor snode doelen
Want wat geweest is komt weer terug,
niets geleerd om de ketenen van woorden te doorbreken
Talent Talent!
En de kunst om uit te voeren wat er rondspookt in je hoofd
