Jij zag er prachtig uit in je zalmroze jurk
Ik zag er machtig uit in mijn bordeaux rode pak
Jij was de kortgerokste bruid die ik ooit zag
Ik was de hipste bruidegom in dit godvergeten gat
Ik ging naar mijn werk toe op mijn hagelwitte Puch
Mijn haren in de wind, een helm was toen nog niet verplicht
En jij zat hele dage thuis in ons te grote rijtjeshuis
En als ik thuis kwam zij je: ‘Dag schat’, in dit godvergeten gat
Godvergeten, te snel ontbeten, een kus vergeten, door de hond gebeten,
Beter weten, niet samen eten, godvergeten
Jij zag er zeker uit in je geruite herenbloes
Ik voelde me beroerd, omdat ik nooit iets had gemerkt
En de notaris zei: ‘that’s it’, zo heb je alles en zo niets
Hij stond al met zijn auto klaar, mijn fiets lag half op het trottoir
Godvergeten
