De zee is krachtig, niet zoetsappig, oh zo mooi in zijn donderende pracht
Diepwegzinkend in zijn kabbelend klotsen, een verrader in de nacht
We hebben maar te leven met zijn kuren en koppige karakter
En als het tijd is neemt zijn zoute, klamme hand je met hem mee, de zee
Waar moeten we heen, hijs de zeilen, daar waar de grote leegheid lonkt
En als de wind zijn richting kiest, blaast schuim in ons gezicht
Gebroken en ontleed tot op onze natte botten uit het zicht van iedere god
Richt die ene zich hoog op en ontfermt zich over onze dolende zielen.
Het temmen is voor dieren, is voor mensen, is voor massa’s, is voor jou
Gebogen en gekneveld, gevangen in de zachte armen van het moederdier
Goedkoop plezier, inktzwart verblind, als tentakels in de netten van de visserman
Gebleven is de huivering als de eeuwig lijkende schittering is verdwenen in de nacht
Als de stroom wegvalt, de lichten doven en de liefde uit je armen drijft
Ga niet ver weg van hier de maginaties rond in harde beelden op t.v.
En de noodhulpindustrie richt al zijn pijlen op het nooddruftig individu
Blij lachend door de tranen, de armen uitgestrekt, als smekend voor een laatste dans
De laatste dans,.....
